De Weerribben; eeuwenoud en hypermodern landschap
De Weerribben wordt als natuurgebied sinds jaar en dag economisch benut. Ga maar na; eerst de turfstekers, toen de rietsnijders, vervolgens de recreatieondernemers en inmiddels ontstaat er een nieuw verdienmodel namelijk de verwerking van biomassa die vrijkomt bij het beheer.

Vanaf de middeleeuwen is in de Weerribben veen gebaggerd om turven te maken voor brandstof. Een bloeiende handel tot er betere en efficiëntere vormen van brandstof kwamen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Bijkomend effect van deze bedrijfstak was het ontstaan van een compleet ander landschap. Niet meer de uitgestrekte moerassen en zompige venen maar een stelsel van watergangen (de weren) en landruggen (de ribben). Ideaal voor de waterrecreant en de rietsnijders. Bovendien leverde dit landschap een enorm boeiend geheel van flora en fauna op; ruim voldoende voor de titel Nationaal Landschap in 1996.

b2ap3_thumbnail_IMG_0553_1024.jpg

Zoals de Weerribben zijn ontstaan door mensenhanden zo moeten ze ook in stand gehouden worden door mensenhanden. Zonder regelmatig beheer immers verlanden de weren en groeit het gebied langzaam maar gestaag toe naar een loofbos. Ook mooi, maar daarmee verdwijnen veel soorten die zo kenmerkend zijn voor een moeras en laagveen landschap.

Beheer in een gebied als de Weerribben betekent vele tonnen materiaal die er elk jaar weer uitgeschept, uitgebaggerd, afgeplagd, afgezaagd en afgemaaid worden. Transport is een duur onderdeel van de verwerking van dit materiaal en dus wordt er veel ter plekke verbrand. Niet echt duurzaam en nogal zonde maar natuurlijk wel goedkoop en eenvoudig: één lucifer volstaat.

b2ap3_thumbnail_IMG_0567.JPG

De biomassa gebruiken voor energie bleek echter niet geschikt omdat er teveel vocht en zand in zit. Maar laat dat vocht nou juist weer een voordeel zijn voor de potgrondindustrie. Veen is een essentieel onderdeel van potgrond en het veen uit de Weerribben is helemaal schoon (al twintig jaar wordt er geen gebiedsvreemd water meer ingelaten en er worden uiteraard geen bestrijdingsmiddelen gebruikt). Er wordt nu dus onderzocht of dit materiaal rendabel in potgrond verwerkt kan worden.

Een andere toepassing van de biomassa wordt ter plekke geproduceerd; ook weer vanwege de transportkosten. Met een mobiele pers worden in het gebied zelf turven geperst van het vrijkomende plagsel. Door het persen wordt het materiaal een stuk compacter, droger en harder. Ideaal voor het transport. Deze turven gaan toegepast worden om bijvoorbeeld muurtjes in tuinen te maken of als afdekmateriaal voor vijverranden.

b2ap3_thumbnail_IMG_0551_1024.jpg

Het eeuwenoude energielandschap van de Weerribben is daarmee aanbeland in de circulaire economie van de 21e eeuw. Afval bestaat immers niet, is nu het credo, en de Weerribben laat dat niet alleen zien, maar verdient er ook nog wat aan.

Ook de toeristische sector in deze regio maakt een transformatie mee, getuige de hordes Chinese toeristen die vooral Giethoorn dagelijks overspoelen. Maar daarover in een volgende blog meer.

Hoog tijd om af te sluiten. Met een paar dichtregels van J.C. Bloem, de bekende dichter die zijn laatste jaren doorbracht in deze streek en er ook begraven is. 

DE JONGGESTORVEN DICHTER – J.C. Bloem

Een voorjaarsdag van wind- en zonnespelen
En wolken stormend langs 't verscheurde blauw,
Waaruit, het land langs, vreemde schijnen gelen;
Als 't kil in schaduw is, in zon reeds lauw -

Toen toog hij uit in 't bootje, storm-bevlogen.
De wind floot door de rieten langs den stroom.
Hij zat aan 't roer, gelukkig en bewogen,
Alsof hij voer naar een beloofden droom.

De dag verstreek. De wolken bleven jachten.
De wind floot immer nog door 't suizend riet.
De schemer kwam 't vervagend land omnachten,
Men tuurde in 't duister uit: hij keerde niet.